UbAcoach, de chat- en informatiedienst van de Universiteitsbibliotheek, is sinds gisteren bereikbaar via de netwerksite Facebook en via Google Talk en Yahoo! Messenger. Chatten via Live/MSN Messenger blijft ook mogelijk. Evenals via de site www.uba.uva.nl/ubacoach, waarop een chatvenster is ingericht en e-mailberichten kunnen worden verstuurd. Chatten kan zolang UbAcoach online is, dat is gewoonlijk op werkdagen van 9 tot 17 uur, maar soms ook in de avonduren of weekends. Of de dienst beschikbaar is wordt aangegeven op de website. Bij afwezigheid kan je altijd een berichtje achterlaten. Daarnaast is UbAcoach ook gewoon telefonisch te bereiken op 020-5252266 (van ma- t/m vrijdag, 9 tot 18 uur). Wie op Facebook vrienden wordt met UbAcoach krijgt er een extraatje bij: de ‘news feed’ van de UbA, met berichten over de nieuwste databases en internetbronnen, UbA-hulpprogramma’s en demo’s. Een aanrader dus!
Vorige week vrijdag, 30 oktober, nam prof. dr. Marita Mathijsen afscheid van de UvA met het college ‘De bevrijding van de albatros. Een herbeschouwing van de Nederlandse Romantiek’. Een verkorte versie van deze rede is inmiddels te lezen op de boekenpagina van NRC Handelsblad. Maar er is meer: vrienden en collega’s van Mathijsen maakten een Album Amicorum met bijzondere brieven uit de Nederlandse letteren, van Anna Bijns tot E. du Perron, van Belle van Zuylen tot C.O. Jellema en stelden dit album digitaal beschikbaar, als bijzondere publicatie in de DBNL, onder de titel ‘Geloof mij Uw oprechte en dankbare Vriend’. Brieven uit de Nederlandse letteren, verzameld en van commentaar voorzien door vrienden van Marita Mathijsen, 30 oktober 2009. (N.B. het boek is niet eerder in druk verschenen)
Extra: 1) lees de bijdrage van Thomas Vaessens over Marita Mathijsen op het UvA-literatuurblog De Amsterdamse Lezing. 2) Behalve het digitale brievenboek werd Mathijsen ook een papieren afscheidscadeau aangeboden: Het geluk van de negentiende eeuw: twintig auteurs op zoek naar geluk voor Marita Mathijsen, onder redactie van Lotte Jensen en Lisa Kuitert. Binnenkort beschikbaar in de P.C. Hoofthuisbibliotheek.
“Over de Haarlemse tongval zijn de meeste Nederlanders heel positief. Ze noemen die keurig, helder en duidelijk. Vreemd en stijf vinden ze daarentegen het Nederlands in Friesland. Dat vinden ze het lelijkst. Ook het Amsterdams valt niet in de smaak. Dat komt plat, vulgair, brutaal en hoogmoedig over. Vlamingen waarderen het meest het Nederlands van de provincie Antwerpen: dat vinden ze duidelijk en helder. Maar de taal van de stád Antwerpen waarderen ze helemaal niet. Die klinkt ze plat, vulgair, brutaal, hoogmoedig en arrogant in de oren.” Aldus Taalpeil 2009, de jaarlijkse krant van de Nederlandse Taalunie met feiten, cijfers en meningen over de stand van het Nederlands in Nederland, Vlaanderen en Suriname. Het thema is ditmaal taalvariatie, ofwel: de regionale, sociale, of leeftijdsgebonden verscheidenheid van de Nederlandse taal, van “al die soorten Nederlands”. In het kader van dit thema is onderzocht waar en door wie het mooiste en lelijkste Nederlands gesproken wordt. Tegelijkertijd wordt de vraag opgeroepen of ‘mooi’ en ’lelijk’ Nederlands eigenlijk wel bestaan. En of taalvariatie moet worden bevochten of juist gekoesterd. Hoe wordt gedacht over dialect in de klas? En in welke mate moet het Standaardnederlands de norm zijn, of niet? Benieuwd? Lees nu de online-editie van Taalpeil, of bekijk de bijbehorende website ‘Elk vogeltje zingt…’ met achtergronden, discussies en links. Voor een overzicht van alle vorige Taalpeil-edities klik hier.
Al bijna twee weken is hij online: De Reactor, het nieuwe platform voor “kwaliteitsvolle literaire kritiek” en ”langere, diepgravende recensies”, bedoeld voor ”een breed publiek van geïnteresseerde lezers die vaak hun gading niet meer vinden in de kolommen van kranten en weekbladen”. Een ambitieus initiatief, dat is voortgekomen uit de redacties van nY, Parmentier, DW B en medewerkers van het onlangs ter ziele gegane Raster. Om haar ambities te kunnen verwezenlijken bouwt de redactie op een team van Vlaamse en Nederlandse literatuurwetenschappers en critici van verschillende generaties onder wie UvA-promovendus Johan Sonnenschein en UvA-hoogleraar Thomas Vaessens. Andere namen zijn Marc Reugenbrink, Barber van de Pol, Huub Beurskens, Frank Albers, Geert Buelens, Stefan Hertmans, Hugo Bousset, Herman Jacobs, Arnold Heumakers en Erik Spinoy. Sonnenschein’s eerste bijdrage, “Metafysisch tennissen”, over de vorig najaar verschenen dichtbundel Welkom van Willem Jan Otten, werd meteen bij lancering van De Reactor geplaatst. De site begon met veertien recensies, telt inmiddels achttien stukken, belooft elke drie dagen een nieuwe bijdrage, om er het komende jaar zo’n honderd te kunnen publiceren. Die zullen vooral gaan over de Nederlandstalige letteren (inclusief non-fictie), maar incidenteel ook over vertalingen of heruitgaven van klassieke teksten of verzamelde werken. Daarnaast zullen ook theaterteksten, graphic novels en elektronische literatuur worden besproken. En dan is er nog de rubriek De laatste stelling waarin wetenschappers en critici hun mening kunnen spuien, of discussies aanzwengelen over de literatuurkritiek op zich. Hier werd de aftrap genomen door Bert Bultinck met de bijdrage “Fortune cookies voor de literaire kritiek” en Barber van de Pol met het stuk “Vertaalkritiek, wat is dat?”. Meer weten? Lees de missie van De Reactor en/ of schrijf je in op de nieuwsbrief.

Van 19 tot en met 23 oktober is het internationale Open Access Week. Ook de UvA doet mee, door op verschillende locaties Open Access-activiteiten te organiseren en publicaties van medewerkers kostenloos online beschikbaar te maken via de eigen digitale repository UvA-DARE. Wie gebruik wil maken van deze actie en zijn of haar papieren artikelen, essays of losse hoofdstukken een tweede digitaal leven wil schenken kan tot 1 november terecht bij de balies van de faculteitsbibliotheken of de UB. Let op: het materiaal wordt niet geretourneerd en dus wordt aangeraden een kopie in te leveren. Belangrijke voorwaarde is dat de te digitaliseren teksten auteursrechtvrij zijn.
Voor meer informatie over Open Access-week klik hier, of mail naar: dare@uva.nl.
Meer weten over de mogelijkheden en onmogelijkheden van copyright en van contracten met uitgevers? Klik hier, of ga naar de Copyright toolbox.
Deze herfst is het 150 jaar geleden dat Multatuli (1820-1887) de roman schreef die door de Indonesische auteur Pramoedya Ananta Toer (1925-2006) werd uitgeroepen tot “The book that killed colonialism”: Max Havelaar of de koffij-veilingen der Nederlandsche Handelmaatschappij (1860). Met de roman ging Multatuli de strijd aan tegen de koloniale uitbuiting in Nederlands-Indië - “dertig millioen onderdanen worden mishandeld en uitgezogen in UW naam”. Na 150 jaar is deze problematiek nog steeds actueel en de Max Havelaar springlevend. Als politiek pamflet, als historisch ijkpunt, als literair en retorisch meesterwerk. En daarom ook wordt bij deze 150ste verjaardag op allerlei manieren stilgestaan: door de Koninklijke Bibliotheek met een nieuw dossier over het boek en de schrijver, door Google met een speciaal-ontworpen logo (dat door auteur Afred Birney op diens weblog kritisch onder de loep wordt genomen), door NRC Handelsblad met een groot artikel over de actualiteit van Max Havelaar (“Max Havelaar was de Submission van 1859″) en, tenslotte, door de Bijzondere Collecties van onze Universiteitsbibliotheek met de tentoonstelling ’150 jaar Max Havelaar‘ (van 2 februari tot 25 mei 2010 aan de Oude Turfmarkt). Onderdeel van de tentoonstelling is de tijdelijk opgerichte ’Max Havelaar Academie’ met een serie publiekslezingen/ masterclasses én het ’Erfgoedlab Max 2.0′ dat 5 studenten uit 5 verschillende disciplines een stage aanbiedt met als opdracht: “Verplaats de thema’s van de Max Havelaar naar de 21ste eeuw in (media)producties die – zowel voor wat betreft inhoud als vorm – een zelfde effect beogen te hebben als de Max Havelaar heeft gehad.” De stageplekken staan open voor HBO- en WO-studenten van uiteenlopende studierichtingen - Nederlandse taal en cultuur, geschiedenis, journalistiek, mediastudies, beeldende kunst, politicologie, economie, maar ook milieuwetenschappen (‘Max Havelaar als Fair trade-merk’). Informatie over het ’Erfgoedlab Max 2.0′, de 5 stageplekken en sollicitatieprocedure is te vinden op www.maxhavelaaracademie.nl. Solliciteren kan tot en met 3 november per e-mail aan: info@maxhavelaaracademie.nl.
Zie ook: de complete tekst van de Max Havelaar in de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren en de website van het Multatuli Museum met interessante Multatuli-links.
De 82ste aanvulling op het Lexicon van Literaire Werken was nog maar net gearriveerd, toen ook nummer 83 verscheen, met daarin zes nieuwe besprekingen van:
Dirk van Bastelaere’s Pornschlegel en andere gedichten (1988) – door Jos Joosten
Stefan Brijs’ De engelenmaker (2005) – door Nora van Laar
Hans Faverey’s Lichtval (1981) – door Ton Brouwers
Tonnus Oosterhoff’s De ingeland (1993) – door Daniël Rovers
Ilja Leonard Pfeiffer’s Het grote baggerboek (2004) – door Lars Bernaerts
en
Leon de Winter’s De ruimte van Sokolov (1992) – door J.A. Dautzenberg
Het lexicon is ter inzage/ t.b.v. fotokopiëren beschikbaar in de letterenbibliotheek (locatie P.C. Hoofthuis), op de kamer van de vakreferent (106C).
De Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL) heeft afgelopen week alle beeldmateriaal van na 1900 van haar website verwijderd. Aanleiding is de miljoenenclaim van auteursrechtenorganisatie Pictoright namens een aantal bij haar aangesloten fotografen: hun werk zou onrechtmatig in de DBNL-site zijn opgenomen. Hoewel de redactie van de DBNL de claim ontkent en meent dat het gebruik van de foto’s onder het citaatrecht valt, heeft zij uit voorzorg een groot deel van de afbeeldingen van haar site geschrapt. Overigens gaan hoofdredactie en directie ervan uit dat het om een tijdelijke maatregel gaat, verklaren zij in een nieuwsbrief van 1 oktober.
Ondertussen gaat de DBNL onverstoord door met het digitaliseren van teksten, met ook deze maand weer een aantal mooie nieuwe aanwinsten, waaronder de vierdelige romancyclus over Amsterdam, De Jordaan (1912-1924), door Israël Querido, het spraakmakende boek Poldernederlands. Waardoor het ABN verdwijnt van Jan Stroop (1998), achttien jaargangen van het tijdschrift Vaderlandsche Letteroefeningen (1776-1822) en de gedichtenbundel van de Nederlandse planter Paul François Roos, Surinaamsche mengelpoëzy (1804), “een belangrijk boek binnen de planterspoëzie die Suriname heeft voortgebracht”, aldus UvA-hoogleraar Michiel van Kempen op Caraïbisch Uitzicht, de blogspot van de Werkgroep Caraïbische Letteren.
Extra: “DBNL verwijdert beelden van na 1900 van zijn website” (NRC Handelsblad), “De DBNL verwijdert beeld van na 1900″ (InformatieProfessional).

De meest bonte verzameling Nederlandse dialecten, gevat in duizend uur aan geluidsfragmenten, dat is de database Soundbites uit vervlogen tijden van het Meertens Instituut en DANS (Data Archiving and Networked Services). Sinds vorige week online, geordend naar provincie, streek en plaats, gevisualiseerd in een Sprekende kaart van Nederland, waarop elk dialect als een rode stip is weergegeven. De soundbites, opgenomen tussen 1950 en ’80, bevatten monologen en gesprekken over regionale of lokale gebruiken, alledaagse zaken en gebeurtenissen, alsook herinneringen aan langer vervlogen tijden: de crisisjaren en de Tweede Wereldoorlog, de perioden van armoede en werkloosheid die ermee gepaard gingen. Als extra’s zijn nog te beluisteren fragmenten uit Vlaanderen en het buitenland (o.a. van Nederlandse emigranten) en, in de categorie ‘divers’, opnames van in het verleden georganiseerde congressen, van sprekers met een licht accent of van het Jiddisch. Een uniek taal- en geschiedkundig document, en gegarandeerd wekenlang luisterplezier!
Lees ook: “Met je sneup aan de woudbakker” door Nico Dijkshoorn (NU.nl).
Onlangs verscheen de 82ste aanvulling op het Lexicon van Literaire Werken, het losbladige naslagwerk met besprekingen van belangrijke Nederlandstalige romans, verhalen- en gedichtenbundels van 1900 tot heden. Deze nieuwe aanvulling bevat bijdragen over:
Hafid Bouazza’s Paravion (2003) – door Sven Vitse
Paul Claes’ De Sater (1993) – door Rudi van der Paardt
Herman Gorter’s Pan (1912) – door Ton Brouwers
Arthur Japin’s De overgave (2007) – door Piet Kralt
Tom Lanoye’s Het goddelijke monster (1977) – door Valerie Rousseau
en
Leo Vroman’s Uit slaapwandelen (1957) – door Lut Missinne
Het lexicon is ter inzage/ t.b.v. fotokopiëren beschikbaar in de letterenbibliotheek (locatie P.C. Hoofthuis), op de kamer van de vakreferent (106C).
Recente reacties