You are currently browsing the monthly archive for april 2009.
Taalschrift, het online-tijdschrift over taal en taalbeleid, opent deze maand met een artikel over de stadsdichter van Antwerpen, de Nederlandse schrijfster en cabaretière Joke van Leeuwen. Hoe beschouwt zij haar taak? “Van mij hoeft niet alles wat ik opschrijf op papier te staan”, aldus Van Leeuwen. ”De stad gebruiken als drager, op een originele manier, vind ik veel inspirerender dan mijn gedichten alleen te laten afdrukken.” Meer lezen? Klik hier voor de volledige reportage. Verder in Taalschrift een discussie over de literaire biografie, aangezwengeld door de Belgische auteur Vitalski (pseudoniem van Vital Baeken). “Als je een literaire biografie schrijft of verfilmt, begin ze dan niet te mengen met je eigen gedachten en emoties. Als het leven van een mens al dramatisch en spannend genoeg was, geef zijn biografie dan gewoon de vorm van een boodschappenlijstje. Of toch maar niet?” Meediscussiëren kan via deze link.
Het Lexicon van Literaire Werken bevat uitvoerige besprekingen van romans, verhalen- en gedichtenbundels vanaf 1900 tot heden. Onlangs verscheen de 81ste aanvulling van dit losbladig lexicon, met daarin een geheel bijgewerkte auteurs- en titelindex en de volgende vijf bijdragen:
Gerbrand Bakker, Boven is het stil (2006) – door J.M.J. Sicking
H.C. ten Berge, Texaanse elegieën (1983) – door Dietlinde Willcokx
Arthur van Schendel, De wereld een dansfeest (1937) – door Piet Kralt
Marjoleine de Vos, Zeehond graag (2000) – door Piet Kralt
en
J.J. Voskuil, Het Bureau (1996-2000) – door Ton Brouwers
Het lexicon is ter inzage/ t.b.v. fotokopiëren beschikbaar in de letterenbibliotheek (locatie P.C. Hoofthuis), op de kamer van de vakreferent (106C).
Naar aanleiding van het overlijden van oud-UvA-docent Moderne Nederlandse Letterkunde Anthony Mertens is in de vitrinekasten van onze letterenbibliotheek (locatie P.C. Hoofthuis) een kleine tentoonstelling over diens leven en werk ingericht. Het materiaal bestaat uit boeken, krantenartikelen en herdenkingsstukken van collega-neerlandici en -critici. Mertens was van 1974 tot 1994 verbonden aan de UvA. In 1991 promoveerde hij cum laude op het (in de DBNL te lezen) proefschrift Sluiproutes en dwaalwegen. Aspecten van een liminale poëtica toegelicht aan de hand van het werk van Jacq Firmin Vogelaar. Daarnaast schreef Mertens literaire kritieken voor De Groene Amsterdammer en publiceerde hij met enige regelmaat in letterkundige tijdschriften als Raster en De Revisor. Vanaf 1994 was hij redacteur voor Uitgeverij Querido en begeleidde hij o.a. Hella S. Haasse, A. F. Th. van der Heijden en Bernlef. In juli 2004 kreeg Mertens een herseninfarct. Aan deze ingrijpende gebeurtenis en de nasleep ervan wijdde hij het boek Zwaluwziek, leven na een herseninfarct (2008). Mertens stierf op 4 april 2009 aan een hartstilstand. Hij werd 62 jaar. Afgelopen dinsdag, 14 april, werd hij begraven.
Extra: “In memoriam Anthony Mertens” (Yra van Dijk, De Amsterdamse Lezing), “Anthony Mertens: 21 november 1946 – 4 april 2009″ (Xandra Schutte, De Groene), “Literatuurcriticus Anthony Mertens (62) overleden” (Arie Storm, Het Parool), “Anthony Mertens (1946-2009). Criticus die van lezer schrijver werd” (Arnold Heumakers, NRC Handelsblad), “Klootzakken van patiënten” (Max Pam, De Volkskrant), “Anthony Mertens: 1946-2009. Een lezer die schrijver werd” (Sofie Cerutti, Trouw), “Literatuurcriticus Anthony Mertens (62) overleden” (Dirk Leyman, De Papieren Man), “Essayist en literator Anthony Mertens overleden” (Jef van Gool, Literatuurplein.nl).
Zojuist binnengekomen in onze bibliotheek: de nieuwste afleveringen van het Tydskrif vir Letterkunde en Stilet - Tydskrif van die Afrikaanse Letterkundevereniging. Het eerste is gewijd aan ’Kongo in die literatuur’ en bevat bijdragen van o.a. Luc Renders, over Vlaamse Congo-romans, Jacqueline Bel, over de rol van missionarissen in de Congo en in de letteren, Yves T’Sjoen, over Hugo Claus’ vergeten toneelstuk Het leven en de werken van Leopold II (1970), en Sarah de Mul, over de verbeelding van Congo in Joseph Conrad’s Heart of Darkness (1902) en Henri van Booven’s roman Tropenwee (1904). Stilet staat stil bij het werk van de gelauwerde Zuid-Afrikaanse schrijfster Ingrid Winterbach (1948) – eerder bekend onder haar pseudoniem Lettie Viljoen – met drie artikelen over Die boek van toeval en toeverlaat (2006), door Helize van Vuuren, Ronel Johl en Willie Burger, een essay over ‘huisbediendes in stadsromans van Lettie Viljoen/ Ingrid Winterbach’, door UvA-hoogleraar Ena Jansen, en een bijdrage over ‘verlies, verdriet en (kortstondige) verligting’ in Viljoen’s Karolina Ferreira (1993), door Thys Human. Dit alles, en nog veel meer, is vanaf vandaag te lezen in de letterenbibliotheek (locatie P.C. Hoofthuis, in de kast bij de lopende tijdschriften).
Afgelopen week verscheen een nieuwe aflevering van Neder-L, het algemeen elektronisch tijdschrift voor de neerlandistiek, met ditmaal een lange column van UvA-mediëvist Willem Kuiper, getiteld “Wiki-wijs”, waarin hij collega’s oproept mee te werken aan een Wiki over de Middelnederlandse letteren. Kuiper legt uit:
Ik heb geen enkel bezwaar tegen literatuurgeschiedenissen als ‘Stemmen op Schrift’ en ‘Het gevleugelde woord’, omdat die boeken een doelgroep bereiken en enthousiasmeren zonder welke wij als historische wetenschap absoluut ten dode opgeschreven zijn. Dankzij die twee boeken van inmiddels zeer bekende Nederlanders tellen wij nog mee. Nog..
Maar dat neemt niet weg dat de behoefte aan feitelijke Middelnederlandse informatie nog even groot is. In hoeveel (fragmenten van) handschriften is de ‘Borchgrave van Couchy’ bewaard gebleven? Wanneer, waar, waarvoor en voor wie zijn die handschriften geschreven? Hoe verhoudt de Middelnederlandse tekst zich tot de Oudfranse brontekst? En wat is de relatie met de ‘Florigout’ en de ‘Hughe van Bordeeus’? Want die relatie is er ondubbelzinnig.
Er zal de komende jaren geen geld zijn om een dergelijk boek te maken, laat staan dat te vertalen. Als wij willen dat de middelbare scholen in Nederland en Vlaanderen over betrouwbare informatie kunnen beschikken over de Nederlandse literatuur van de Middeleeuwen dan zullen de specialisten zich moeten aanmelden bij ‘Wikipedia’ en artikelen gaan schrijven. Dat zal niet altijd even gemakkelijk gaan, want de tekst is niet van ‘jou’. Iemand anders kan die tekst veranderen.
Mijn ervaringen tot op heden zijn ronduit positief. Ik denk écht dat het mogelijk is om ‘Wikipedia’ te gebruiken als een platform om academische kennis van de Middelnederlandse letterkunde aan te bieden, mede in de hoop dat die dan ‘automatisch’ vertaald wordt in andere Europese talen.
Kuiper deed zijn ervaringen op bij de redactie van het digitale Repertorium van Eigennamen in Middelnederlandse Literaire Teksten (REMLT). Hij voorzag de database van Wikipedia-links en Google Earth-markeringen, “zodat je jezelf direct vanuit het REMLT naar de gezochte stad kon teleporteren.” Verder verwijst hij naar het Album Giblant en de gedigitaliseerde versie van de Droyens Allgemeiner Historischer Handatlas uit 1886: “een godsgeschenk.”
Ook april biedt weer een hele reeks nieuwe titels in de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL), zoals bijvoorbeeld de Verzamelde gedichten van Martinus Nijhoff, in de editie van W.J. van den Akker en G.J. Dorleijn uit 1990. Een complete titellijst vind je op de DBNL-nieuwspagina, waarop tevens een archief wordt bijgehouden van alle vorige aanwinsten (vanaf december 2000).
Op de DBNL-gedichtenpagina deze maand een vers van Hester Knibbe getiteld ‘Bermtoeriste’, dat binnenkort ook zal verschijnen in het eerste nummer van de 7de jaargang van het literair tijdschrift Het Liegend Konijn, dat op 19 april in Oostende wordt gepresenteerd.
“De blogspot die open staat voor iedereen die iets te melden heeft over de Caraïbische cultuur en literatuur aan beide zijden van de oceaan: nieuwtjes, feestredes, herdenkingstoespraken, aardige invallen, uitdagende stellingen, bijzondere leeservaringen, grappige observaties enz. enz.” Zo luidt de ondertitel van de nieuwe blogspot van de Werkgroep Caraïbische Letteren, opgezet door UvA-hoogleraar West-Indische Letteren Michiel van Kempen en de Antilliaanse regisseur Sherman de Jesus, maker van o.a. de driedelige (online te bekijken) documentaire De indiaan baarde een neger, over de Curaçaosche schrijvers Frank Martinus Arion, Boeli van Leeuwen en Tip Marugg. Hoewel deze blogspot pas afgelopen maandag is opgestart en tot op heden slechts 1 bijdrage bevat - een mooie In Memoriam over de op 30 maart overleden Surinaamse toneelschrijver, -regisseur en dichter Eugène Drenthe (1925-2009) – vind je er alvast een ruim aantal nuttige en interessante links naar digitale bronnen, websites van culturele en wetenschappelijke Caraïbische instituten, musea en schrijvers. Een aanrader dus!
Link: Blogspot Werkgroep Caraïbische Letteren
Extra: “Eugène Drenthe: ‘vaderfiguur voor zijn acteurs” (Radio Nederland Wereldomroep), “In Memoriam Eugene Constantijn Donders Drenthe” (LiterairNederland).
“Het is zover. De literatuur heeft zich eindelijk de straat op laten jagen. Na jaren getouwtrek over de vraag of schrijvers zich nu wel of niet moeten bezighouden met maatschappelijke kwesties, lijkt het pleit beslecht,” constateerde UvA-neerlandica Yra van Dijk afgelopen augustus in NRC Handelsblad. Met haar artikel, “Vaarwel vrijblijvendheid. De Nederlandse literatuur betreedt het post-ironische tijdperk,” zwengelde zij de discussie aan over het ‘engagement in de Nederlandse letteren’. Het debat kreeg een vervolg o.a. in het thema-nummer over ‘Nieuw Engagement’ van De Groene Amsterdammer, in het nieuwste boek van UvA-collega prof. Thomas Vaessens getiteld De revanche van de roman. Literatuur, autoriteit en engagement, en tijdens de debatavond over Vaessens’ boek, op 26 maart 2009, in academisch-cultureel centrum Spui25. En nu ook in de maart-aflevering van Vooys, met een dossier over ‘Engagement’ dat wordt geopend door Yra van Dijk en haar bijdrage ”Afscheid van de dirigent. Arnon Grunberg en de ethische literatuurbeschouwing.” Daarin komt Van Dijk tot de conclusie dat Grunberg’s Onze oom (2008) vooral een ‘ethische roman’ is en dus ook zo gelezen moet worden: “Of het nu een geslaagde roman is of niet, Onze oom is in ieder geval een bijzonder onbescheiden en onminimalistische poging om het contact tussen literatuur, werkelijkheid én lezer te herstellen, via het verhaal. Een verhaal dat een bizarre kruizing is tussen journalistiek en Dickensiaanse retoriek: omdat het ons er aan de haren wil bijtrekken.”
Verder in dit Vooys-dossier: een bijdrage van literatuurwetenschapper Sven Vitse over het literaire en politieke engagement van het tijdschrift Raster, een essay van Ivo Nieuwenhuis over de koloniale representatie van asielzoekers in Het achtenveertigste uur (2005) van Nicolaas Matsier en Stempeldag (1999) van Sytse van der Zee, een interview met journalist en schrijver Chris de Stoop over geëngageerde literatuur en zijn boek Het complot van België (2007) (N.B. dit interview is ook online te lezen) en een column van Samuel Vriezen over prof. Geert Buelens’ oratie In de wereld, van 26 januari 2009, aan de Universiteit van Utrecht: een pleidooi tegen autonomische opvattingen, waarin opnieuw het werk van Grunberg aan bod komt (N.B. de tekst van Buelens’ oratie vind je hier, opnames van de oratie kun je bekijken via deze link).
Het maart-nummer van Vooys is vanaf vandaag te lezen in de letterenbibliotheek (locatie P.C. Hoofthuis, in de kast bij de lopende tijdschriften). Oudere nummers zijn ter inzage beschikbaar onder plaatsnummer 113: NED Tijdschrift.
Op 13 februari 2009 verdedigde UvA-taalkundige Irene Jacobi (1975) haar proefschrift On Variation and Change in Diphtongs and long Vowels of spoken Dutch. Het gaat over het Poldernederlands, waarbij de ABN-tweeklanken /ei/, /ui/ en /ou/ met een meer open mond worden uitgesproken en klinken als /aai/, /ou/ en /aau/ (bekend voorbeeld is ‘Blijf bij mij’, gezongen door Ruth Jacott als ‘Blaaif baai maai’). Dit nieuwe Nederlands werd begin jaren negentig van de vorige eeuw gesignaleerd door sociolinguïst Jan Stroop, die het vernoemde naar het Poldermodel en suggereerde dat vooral zelfbewuste, jonge, intellectuele vrouwen Poldernederlands spraken. In haar dissertatie neemt Jacobi deze hypothese onder de loep. Daartoe onderzocht zij een groep van 35 mannen en 35 vrouwen tussen de 35 en 55 jaar met uiteenlopende sociaal-economische achtergrond, van wie spraakfragmenten zijn opgenomen in het Corpus Gesproken Nederlands (een databank met 900 uur aan radio-interviews, discussies en privéconversaties, opgenomen rond het jaar 2000). Belangrijkste resultaat: Jacobi vond geen uitspraakverschillen tussen mannen en vrouwen en concludeerde derhalve, in tegenspraak met Stroop, dat het Poldernederlands niet seksegebonden is. Wel blijkt het fenomeen te zijn gerelateerd aan sociaal-economische factoren, opleiding en leeftijd. Nieuwsgierig? Lees het hele proefschrift van Irene Jacobi in UvA Dissertations Online (onderdeel van UvA-DARE) via deze link.
Zie ook: Website Poldernederlands (UvA), “Poldernederlands. De taal van de elite?” (Mathilde Jansen, Kennislink.nl, 5 maart 2009), “Poldernederlands: proef op de som” (artikel door Loulou Edelman, verschenen in Onze Taal, juni 2003, opgenomen in Kennislink.nl), Meer artikelen over Poldernederlands op Kennislink.nl.

Recente reacties