Eén van Nanets profielfoto's op Facebook

In hoeverre gaan mensen in fictie geloven als fictie zich aanbiedt als vriend op facebook? Met die vraag verzon schrijver David Pefko enkele jaren geleden Louis Nanet (1947), woonachtig te Thailand, beroemd om zijn 700-pagina’s tellende dichtbundel Motorkamers en Verschuttingen (1969) en berucht om zijn oeverloze scheldpartijen op alles en iedereen: Negers, Aziaten en alle mogelijke bekende en onbekende Nederlanders. Nanet werd een fenomeen op Twitter en Facebook, waar hij inmiddels ruim 2200 vrienden heeft onder wie ‘collega’-auteurs Gerrit Komrij, Herman Koch, Robert Vuijsje en Charlotte Mutsaers, die onlangs in HP/De Tijd nog liefdevol over hem vertelde. Komrij roemde hem al eerder, in zijn column in NRC Handelsblad van 16 juni 2011: “En wie, o wie heeft bovenaan de ladder van de grote Louis Nanet gehoord, de sterfbeddeskundige, ex-schipper, poëet, ijdelheidsontmaskeraar en gaarkeukenfan om wiens vriendschap iedereen op Facebook vecht? Nooit één letter over die man in de krant.” Vandaag komt daar dan toch verandering in, want in NRC Next (p. 4-5) lezen we een pagina-groot verhaal van Louis Nanet, over zijn vriend Tonnie en “het gegeven pedofilie”. Een online versie is er niet, wel een inleiding tot het papieren verhaal, waarin o.a. ook de brievenroman van Nanet en schrijver Jamal Ouariachi wordt aangekondigd: Waar een wil is, ben ik weg, dit voorjaar te verschijnen bij Prometheus.