You are currently browsing the category archive for the ‘Taalkunde’ category.
Als aftrap van het nieuwe jaar kijkt Onze Taal in haar januarinummer nog een keer terug op de woorden die het gezicht van 2011 bepaalden. Benieuwd? Lees het artikel alvast online. En neem ook eens een kijkje op de Woord van het Jaar-site van Van Dale. Over Weigerambtenaren en tuigdorpen, plaszakken en bedrijfspoedels, Vlinderakkoorden en Arabische lentes. Dat was 2011.
Onder de nieuwe aanwinsten in de P.C. Hoofthuisibliotheek deze week een boek van de Belgische geschiedkundige en taalstrijd-specialist Harry Van Velthoven, getiteld Waarheen met België? Van taalstrijd tot communautaire conflicten. Een selectie uit 35 jaar wetenschappelijk onderzoek (ASP 2011).
De Belgische taalstrijd is halverwege de negentiende eeuw begonnen als een politiek-maatschappelijk streven naar beschermende wetgeving voor het Nederlands (destijds de taal met een lagere status dan het Frans, de andere landstaal), maar is gaandeweg uitgegroeid tot een vooral politiek conflict tussen de gewesten Wallonië en Vlaanderen, met Brussel daartussenin.
Het boek is een bloemlezing uit het werk van Van Velthoven, bij gelegenheid van zijn emeritaat. De 35 artikelen geven samen een beeld van het zich al bijna tweehonderd jaar voortslepende conflict. De nadruk ligt daarbij op vier onderwerpen: de Vlaamse beweging, taalpolitiek en taalwetgeving, de rol van de socialistische beweging, en de Belgische natievorming. Voor deze bundel schreef Van Velthoven een slothoofdstuk over de stand van zaken anno 2011, en een blik op de toekomst.
Net als ieder jaar heeft de Nederlandse Taalunie ook deze herfst de Taalpeil-krant uitgebracht met dit keer als thema meertaligheid.
Bron van de publicatie is een enquête onder ruim 1000 Nederlanders, Vlamingen en Surinamers aan wie o.a. werd gevraagd of zij in een meertalig huishouden wonen en hoe zij meertaligheid beleven.
In Nederland en Vlaanderen blijkt 16% van de ondervraagden in een gezin te wonen waar meerdere talen worden gesproken. Omgerekend komt dat neer op zo’n 3,5 miljoen mensen. Opvallend is dat van de 130 geênqueteerde Surinamers 90 % aangaf thuis meer dan één taal te spreken en 45% zelfs meer dan drie talen. Een officiële telling uit 2004 wees uit dat in 80 % van de Surinaamse huishoudens meer dan één taal wordt gesproken. M.a.w. als er één land is waar het Nederlands gedijt tussen andere talen, dan is het Suriname.
Andere vragen die aan de orde komen in deze Taalpeil-editie zijn: Wat vinden stedelingen en plattelanders ervan dat zij in de steden veel verschillende talen horen en zien? Beschouwen zij het als een verrijking in een meertalige omgeving te wonen, of juist niet? Wordt het als lastig ervaren om dagelijks meer dan één taal te gebruiken? En: wat doen mensen als zij op straat worden aangesproken door iemand die hen de weg vraagt in gebroken Nederlands, met een zwaar Engels accent? Of in het Duits? Welke taal komt er uit iemands mond als hij zich in zijn vinger snijdt? Last but not least worden een aantal hardnekkige mythes over tweetaligheid en de opvoeding van jonge kinderen ongenadig doorgeprikt. Lezen die krant!
De Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL) is de laatste jaren flink gegroeid. Om de vindbaarheid van al het materiaal te bevorderen introduceert de DBNL deze maand twee nieuwe tools: RSS en een zoekmogelijkheid waarmee binnen de site specifieke auteursinformatie kan worden opgespoord. Wat betreft RSS kan worden gekozen tussen twee abonnementen:
- Voor de nieuwste fulltext-titels klik je op het RSS-icoon in het DBNL-nieuwsoverzicht of kopieer je het volgende adres in een RSS-lezer: http://www.dbnl.org/rss/rss.php.
- Voor de nieuwste gegevens over een auteur klik je op het RSS-icoon op de auteurskaart van je interesse en kopieer je het te verschijnen adres in een RSS-lezer. Wie bijvoorbeeld op de hoogte wil blijven van DBNL-aanwinsten van en over Louis Couperus klikt op het RSS-icoon in zijn auteurskaart (rechtsboven) en kopieert de bijbehorende URL. Inmiddels zijn in de DBNL zo’n 36 000 auteurs opgenomen. Daarnaast zijn ruim tweeduizend anonieme werken en tijdschriften voor RSS beschikbaar.
Wat betreft de nieuwe zoekmogelijkheid (die fungeert naast de bestaande opties zoeken in de hele website en zoeken in teksten): hiermee kan specifieke informatie over één auteur gevonden worden binnen biografieën, werken/ uitgaven en primaire of secundaire teksten elders op de DBNL-website. Wie bijvoorbeeld wil weten wat er is geschreven over het woord jazz in het werk van Paul van Ostaijen, vult het woord in in het zoekvenster ‘secundaire teksten’. Uit een artikel van Thomas Vaessens valt vervolgens te leren dat in Van Ostaijens ogen ‘jazz de volken verzoent’ (Literatuur 1992, p. 71).
Als extraatje bij deze nieuwe tools heeft Ewoud Sanders, auteur van de gids Eerste Hulp Bij e-Onderzoek voor studenten in de geesteswetenschappen, voor de DBNL een themapagina geschreven waarin hij het geavanceerd zoeken met behulp van speciaal gegenereerde indexen uitlegt.
Meer weten over RSS? Gebruik deze UbA-hulppagina uit de serie Online toepassingen voor onderzoek en onderwijs.
In het maart/ april-nummer van het tijdschrift Over Taal (jrg. 50, nr. 2) schrijft Bert Cappelle over de mogelijkheden binnen het Nederlands om werkwoorden te intensiveren. In het artikel, “Erop los intensifiëren” (p. 38-39), gaat hij in op de gebruiksmogelijkheden van werkwoorden met versterkende als-toevoegingen:
“… als een roos hoort bij slapen, … als een dijker volgt steevast op eten en … als een Turk volgt haast uitsluitend op roken/ paffen/ smoren. Andere versterkende vergelijkingen vind je dan weer bij een bredere waaier van handelingen: … als een bootwerker komt zowel voor bij eten, drinken/ zuipen, roken/ paffen/ smoren, vloeken en liegen. Nog ruimer inzetbaar zijn vergelijkingen als … als (een) gek en als (een) bezeten(e), die je praktisch aan eender welk werkwoord kunt toevoegen om aan te duiden dat de handeling in kwestie gehaast of intens wordt verricht.”
Onderaan het artikel, waarvan in een volgend nummer deel 2 te lezen is, vermeldt Cappelle de website waarop deze en vele andere versterkende uitdrukkingen sinds kort worden verzameld en verklaard: http://www.onderwoorden.nl/intensiveringen/. Het Woordenboek van Nederlandse Intensiveringen, dat is gemaakt en wordt onderhouden door oud-Van Dale-redacteuren Marlies Hagers en Rik Schutz, is vanaf heden ook opgenomen in UvA-webbronnen FGw.
Een tijdlang werd het nut ervan betwist: het gebruik van ‘de rode pen’ in het voortgezet onderwijs, met name het tweedetaalonderwijs. Correctieve feedback werd als zinloos en zelfs schadelijk gezien. Het zou ten koste gaan van de tijd die aan extra schrijfoefeningen besteed zou moeten worden, bovendien zouden leerlingen ertoe overgaan complexe zinnen te vermijden. UvA-taalkundige Catherine van Beuningen onderzocht deze beweringen en kwam tot een tegenovergestelde conclusie: de schrijfvaardigheid wordt juist bevorderd door ‘de rode pen’, beweert zij in haar pas verschenen proefschrift The Effectiveness of Comprehensive Corrective Feedback in Second Language Writing. Van Beuningen legt uit dat daarbij een verschil bestaat tussen directe feedback (waarbij fouten worden verbeterd) en indirecte feedback (waarbij alleen wordt aangegeven waar de fouten zaten): “Simpele fouten, zoals spel- of interpunctiefouten, kunnen docenten het beste corrigeren door wel aan te geven dat er iets niet klopt, maar vervolgens de leerling zelf te laten uitzoeken wat er precies verkeerd is. Bij complexe grammaticale fouten, bijvoorbeeld in zinsbouw, blijkt dat leerlingen het meest leren van correcties die niet alleen de fout signaleren, maar die fout ook verbeteren.” Van Beuningens proefschrift is opgenomen in de database UvA-DARE en in zijn geheel te dowloaden en lezen via deze link. De papieren versie is binnenkort te leen in de P.C. Hoofthuisbibliotheek.
Extra: “Het nut van de rode pen” (Kennislink.nl), Interview met Catherine van Beuningen in Folia (p. 6).
De Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren is de laatste maanden gestaag uitgebreid, met ook deze maand weer een lange rij nieuwe aanwinsten, waaronder afleveringen van de tijdschriften De Franse Nederlanden/ Les Pays-Bas Français, De Gids, Ons Erfdeel en het Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Vorig jaar al kondigde de redactie van DBNL aan tenminste zestig lopende en 900 oudere tijdschriften te gaan digitaliseren. Inmiddels staat hiervan een aardig deel online, te vinden op titel of onder ‘zoeken in teksten’ en subgenre ‘tijdschrift/ jaarboek’. Een overzicht van gedigitaliseerde tijdschriften en jaarboeken is binnen de DBNL jammergenoeg nog niet te vinden, daarom hier alvast een greep uit de titels waarvan op dit moment één of meerdere jaargangen beschikbaar zijn:
De Achttiende Eeuw, voorheen Documentatieblad werkgroep Achttiende eeuw, 1968 t/m 2005
Algemene Konst- en Letterbode, jaargang 1, 1788
Het Belfort, jaargang 1, 1886
Belgisch museum voor de Nederduitsche tael-en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands, deel 1 t/m 10, 1837-1846
Boekzaal der geheele wereld, jaargang 1 t/m 8, 1925-1932
Boekzaal der geleerde wereld, 1715
Braga: dichterlijke mengelingen, 1843-1844
De Brakke Hond, jaargang 7 t/m 12, 1990-1995
De Denker, deel 1 t/m 12, 1764 t/m 1774
Dietsche Warande, jaargang 1 en 2, 1855 en 1856
Dietsche Warande en Belfort, 1900 t/m 1904, 1906-1907, 1909 t/m 1913, 1924, 1932, 1945, 1993
Het Dompertje, oude en nieuwe reeks, 1867 t/m 1919
Forum, jaargang 1 t/m 4, 1932 t/m 1935
Forum der Letteren, 1960 t/m 1995
De Franse Nederlanden/ Les Pays-Bas Français, 1976 t/m 1980
De Gemeenschap, jaargang 1 t/m 17, 1925-1941
De Gids, jaargang 1 t/m 113, 1837 t/m 1950
De Gids. Almanak voor Suriname, 1916-1917, 1935 t/m 1938
Groot Nederland, jaargang 1 t/m 3, 1903 t/m 1905
Den Gulden Winckel, jaargang 12 t/m 30 1913 t/m 1931
Handelingen Colloquium Neerlandicum, jaargang 1 t/m 16, 1961 t/m 2006
De Hollandsche lelie, jaargang 17, 1903
De Hollandse Spectator, 1731-1735
Jaarboek De Fonteine, 1943 t/m 2003
Jaarboek Letterkundig Museum, jaargang 1 t/m 10, 1992 t/m 2001
Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1766 t/m 1799
Jong Holland, jaargang 17 t/m 20, 1922 t/m 1925
De Katholiek, deel 1 t/m 132, 1842 t/m 1907
Libertinage, jaargang 1 t/m 6, 1948 t/m 1953
Literatuur, jaargang 1 t/m 3, 5 t/m 21; 1984 t/m 1986, 1988 t/m 2005
Literatuur zonder leeftijd, jaargang 1 t/m 22, 1986 t/m 2008
Madoc, 1990 t/m 2005
Merlyn, jaargang 1 t/m 4, 1962 t/m 1966
Moetete, 1968
Nederland, jaargang 12 t/m 14, 27, 29, 37, 39 en 51; 1860 t/m 1862, 1875, 1877, 1885, 1887, 1899
Neerlandia, jaargang 4 t/m 44, 1900 t/m 1940
De Nieuwe Gids, jaargang 1 t/m 9, 25 t/m 33, 43 t/m 52; 1885 t/m 1894, 1910 t/m 1918, 1928 t/m 1937
Nieuw Letterkundig Magazijn, jaargang 1 t/m 27, 1983 t/m 2009
De Nieuwe Taalgids, jaargang 1 t/m 41, 1907 t/m 1948
Die Nuwe Brandwag, 1929 t/m 1933
Ons Erfdeel, jaargang 11 t/m 18, 39 t/m 43; 1967 t/m 1975, 1996 t/m 2000
Onze Eeuw, jaargang 1 t/m 24, 1901 t/m 1924
Onze Taaltuin, jaargang 1 t/m 9, 1932 t/m 1941
Onze volkstaal, 1882
Passionate, jaargang 3 t/m 11, 1996 t/m 2004
De Poëtische Spectator, 1784-1786
Queeste. Tijdschrift over middeleeuwse letterkunde in de Nederlanden, 1994 t/m 2008
Raster, oude en nieuwe reeks, 2002 t/m 2004
Septentrion, jaargang 1, 1972
Stemmen des Tijds, 1914
Surinaamsche Almanak, 1825, 1830, 1832 t/m 1834, 1841, 1890, 1894, 1899, 1901 t/m 1905, 1909, 1912, 1924
De Taal- en letterbode, jaargang 1t/m 6, 1870 t/m 1875
Taal en Letteren, jaargang 1 t/m 16, 1891 t/m 1906
Taalbeheersing in de praktijk, Band I t/m V
De Taalgids, jaargang 1 t/m 9, 1859 t/m 1867
Tiecelijn, jaargang 1 t/m 22, 1988 t/m 2009 (incl. Jaarboek Tiecelijn)
De Tijdspiegel, 1863 t/m 1893
Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, jaargang 1 t/m 122, 1881 t/m 2006
Tirade, jaargang 40 t/m 47, 1996 t/m 2003
Toneelleven, jaargang 1 t/m 5, 1934 t/m 1939
Vaderlandsche letteroefeningen, 1776 t/m 1876
Vaderlandsch Museum voor de Nederduitsche letterkunde, oudheid en geschiedenis, Deel 1 t/m 5, 1855 t/m 1863
Van Nu en Straks, oude en nieuwe reeks, 1893-1894, 1896 t/m 1901
De Zeventiende Eeuw, jaargang 2 t/m 24, 1986 t/m 2008

Vandaag, 10 maart, verdedigt UvA-taalwetenschapper Marije Michel haar proefschrift Cognitive and interactive aspects of task-based performance in Dutch as a second language, waarin zij aantoont hoe binnen het taakgericht tweedetaalonderwijs de mondelinge prestaties verbeteren zodra studenten samenwerken, in plaats van alleen, óók als beiden het Nederlands nog niet machtig zijn. Michel’s proefpersonen waren hoogopgeleide Turkse en Marokkaanse studenten, maar haar resultaten zullen ook voor andere immigrantengroepen gelden. Het onderzoek vormt een belangrijk tegenwicht tegen de huidige taal toetsingsmethoden, waarbij nieuwkomers vaak in hun eentje worden getest (bijv. met een telefonische inburgeringstoets). Een gezamenlijke toetsing zou meer recht kunnen doen aan de werkelijke talige kennis en vermogens van deelnemers. Nieuwsgierig naar dit proefschrift? Lees het online via UvA-DARE, of leen de papieren versie uit het UB-Magazijn. Een radio-interview met Marije Michel, tijdens NRCV’s Cappucino op 5 maart, is te beluisteren via deze link (vanaf minuut 41).
Gisteren gelanceerd door Koning Beatrix, tijdens de opening van het 14e Euralex Congres: het Woordenboek der Friese taal op internet (WFT), de digitale variant van het 25 delige Wurdboek fan de Fryske taal dat het Fries beschrijft van 1800 tot omstreeks 1975, zo’n 118.000 trefwoorden telt en gebaseerd is op ruim 1.200 bronnen. Anders dan bij het papieren woordenboek is deze elektronische versie ook doorzoekbaar op verwante Nederlandse trefwoorden en dus ook interessant voor mensen geen Fries spreken.
Het WFT-online is een samenwerkingsproject van de Fryske Akademy en het Instituut voor Nederlandse Lexicologie (INL). Het maakt deel uit van de Geïntegreerde Taalbank Nederlands van het INL die ook het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) en het Oudnederlands, Vroegmiddelnederlands en Middelnederlansch Woordenboek (ONW, VMNW en MNW) bevat. Daar komt het WFT nu bij. De vijf woordenboeken kunnen zowel afzonderlijk als tegelijkertijd worden doorzocht.
Lees ook: “Het laatste grote woordenboek op papier?”, door Ewoud Sanders in NRC Handelsblad, “40.000 kaartjes over het woordje ‘de’ staan online”, door Wybe Fraanje in het Friesch Dagblad.
Deze week ging het Meldpunt Taal in de lucht: een website over de ontwikkelingen van het Nederlands waarop iedere taalgebruiker zijn of haar taalobservaties kan vastleggen. Van hippe straat- of jongerentaal en vernieuwende woorden uit de media tot ouderwetse zinspreuken die nog zelden worden gehoord. Maar ook: foutief woordgebruik, taalkronkels, dooddoeners en stoplappen. Al deze observaties worden ondergebracht in een voor iedereen toegankelijke en doorzoekbare database die straks voor taalwetenschappers een onuitputtelijke bron zal vormen. Initiatiefnemer van de site is taalhistoricus Ewoud Sanders en meewerkende instellingen zijn het Instituut voor Nederlandse Lexicologie, het Genootschap Onze Taal, het Meertens Instituut, de Nederlandse Taalunie, Van Dale uitgevers, de Stichting Nederlandse Dialecten en Variaties vzw. Behalve het meldpunt biedt de site een overzicht van databanken over het Nederlands (woordenboeken, grammatica’s en andere (online) bronnen) plus de mogelijkheid aan steeds wisselend taalonderzoek mee te doen, met als thema’s deze maand: voetbaltaal, dooddoeners en fopopdrachten.
Extra: “Lancering Meldpunt Taal voor taalverandering” (NRC Handelsblad); “Meldpunt Taal 15 juni online” (Taaluniversum); Interview met initiatiefnemer Ewoud Sanders in de Tros Nieuwsshow.


Recente reacties