You are currently browsing the category archive for the ‘Zuid-Afrikaans’ category.

De Tweede wereldoorlog had grote gevolgen voor de relaties tussen Nederlanders en Afrikaners. Dat blijkt uit het nieuwe boek van Gerrit Schutte, Stamverwantschap onder druk: De betrekkingen tussen Nederland en Zuid-Afrika, 1940 – 1947. (nu beschikbaar in de bibliotheek P.C. Hoofthuis)

De Zuid-Afrikaanse regering had er voor gekozen om mee te vechten tegen Duitsland. Toch bleek dat veel Afrikaners weinig sympathie koesterden voor hun bondgenoot Engeland. Dit kwam door de nog verse herinneringen aan de Anglo-Boerenoorlog van 1899-1902. Pro-Duitse sentimenten van de Zuid-Afrikaanse ‘stamverwanten’ zorgden bij veel Nederlanders voor verwarring. Hoe moesten maatschappelijke organisaties als de Nederlands-Zuid-Afrikaanse Vereniging (NZAV) omgaan met berichten over ‘fout’ gedrag van hun contacten in Zuid-Afrika? En hoe de relaties te herstellen? Prof.dr. P.J. Van Winter, bestuurslid van de NZAV, ging drie maanden lang poolshoogte nemen in Zuid-Afrika. Deze reis vormt de spil van het interessante boek, dat licht werpt op het Zuid-Afrika vlak voor de verkiezingen van 1948, die de Nationale Partij aan de macht zou brengen.

Meer weten? Zie ook de site van het Zuid-Afrikahuis.

Afgelopen maanden zijn de boeken- en tijdschriften uit de collecties Nederlandse taal en cultuur (113), Friese en Afrikaanse taal en letteren (114 en 279) en Neolatijn (103) verplaatst en opnieuw ingedeeld. Waar de boeken van Nederlands en Neolatijn voorheen noodgedwongen kastruimte deelden zijn ze nu in aparte clusters ondergebracht. Hetzelfde geldt voor de tijdschriften en brochures van Nederlands en Neolatijn, alsook van Fries en Afrikaans: waar die eerst waren samengevoegd zijn ze nu per vakgebied geordend, d.w.z. bij de bijbehorende boekencollecties geplaatst. Binnen die boekencollectie is bovendien extra kastruimte gecreëerd voor de  deelgebieden Nederlandse Taalkunde (NT) en Taalbeheersing (TB).

Plattegrond:

Meer weten over de nieuwe collectie-indeling? Vraag het aan de vakreferent, of aan één van de medewerkers van Publieksdiensten in de P.C. Hoofthuisbibliotheek.

Zojuist binnengekomen in onze bibliotheek: de nieuwste afleveringen van het Tydskrif vir Letterkunde en Stilet - Tydskrif van die Afrikaanse Letterkundevereniging. Het eerste is gewijd aan ’Kongo in die literatuur’ en bevat bijdragen van o.a. Luc Renders, over Vlaamse Congo-romans, Jacqueline Bel, over de rol van missionarissen in de Congo en in de letteren, Yves T’Sjoen, over Hugo Claus’ vergeten toneelstuk Het leven en de werken van Leopold II (1970), en Sarah de Mul, over de verbeelding van Congo in Joseph Conrad’s Heart of Darkness (1902) en Henri van Booven’s roman Tropenwee (1904). Stilet staat stil bij het werk van de gelauwerde Zuid-Afrikaanse schrijfster Ingrid Winterbach (1948) – eerder bekend onder haar pseudoniem Lettie Viljoen – met drie artikelen over Die boek van toeval en toeverlaat (2006), door Helize van Vuuren, Ronel Johl en Willie Burger, een essay over ‘huisbediendes in stadsromans van Lettie Viljoen/ Ingrid Winterbach’, door UvA-hoogleraar Ena Jansen, en een bijdrage over ‘verlies, verdriet en (kortstondige) verligting’ in Viljoen’s Karolina Ferreira (1993), door Thys Human. Dit alles, en nog veel meer, is vanaf vandaag te lezen in de letterenbibliotheek (locatie P.C. Hoofthuis, in de kast bij de lopende tijdschriften).

–

Sou ek die dorpie eendag weer bereik
tussen die bog van rante en rivier
waarbo die kerk se koepel sierlik pryk
onaards en swewend in die skemeruur?

Sou ek nog eens my ooglede kon sluit
tussen my hart en alles rondom my
wanneer die klok se roepende geluid
weer koel en suiwer uit die toring gly?

 –

Aldus Elisabeth Eybers (1915-2007) in het gedicht “Droom” uit de bundel Die vrou en ander verse (1945). Het vers is afgedrukt in de laatste aflevering van het tijdschrift De Gids dat is gewijd aan ’plaatsen van Afrikaner herinnering’. Eybers vertrok in 1961 van Johannesburg naar Nederland, maar bleef altijd vertellen over haar jeugd – haar kleintyd in Zuid-Afrika, “hoe ouder zij werd, hoe vaker”, aldus Ena Jansen in het begeleidende essay. Jansen promoveerde in 1992 op Eybers’ Amsterdamse bundels en schreef vervolgens het boek Afstand en verbintenis: Elisabeth Eybers in Amsterdam (1998). Voor De Gids selecteerde zij enkele autobiografische proza-fragmenten uit Eybers’s oeuvre, die ooit gebundeld werden onder de naam ’Pastoriedogter’. De Nederlandse vertaling, ‘Een domineesdochter’, is van de hand van Riet de Jong-Goossens.

Het idee voor dit Zuid-Afrika nummer ontstond nadat in september 2007 aan de Universiteit van Stellenbosch een congres werd gehouden over de werking en verbeelding van het collectieve Afrikaner geheugen. Organisator van het congres, Siegfried Huigen, legt in zijn inleiding bij deze Gids uit hoe de collectieve herinnering tegelijkertijd houvast en last kan zijn:

De nieuwe Zuid-Afrikaanse staat doet zijn best een nieuw boven-etnisch historisch besef te ontwikkelen met nieuwe plaatsen van herinnering, zoals het leed dat het kolonialisme heeft veroorzaakt, de ‘Struggle’ en Robbeneiland. (…) Het ideaal ervan is dat de burgers van de Republiek uiteindelijk allemaal dezelfde collectieve herinneringen zullen hebben om het potentieel van etnische conflicten weg te nemen. Anderzijds is er al jaren een massale emigratie van jonge blanken gaande naar landen uit het voormalige Britse Rijk. (…) Deze emigranten koesteren weliswaar rugby, ‘braai’ en ‘biltong’, maar hechten niet sterk meer aan de immateriële aspecten van hun culturele erfenis. Zuid-Afrika en de Afrikaner identiteit zijn voor velen van hen ballast die ze liever van zich afschudden.

Naast wetenschappelijke essays als van Huigen over het Afrikaner geheugen en over taalmonumenten, van Marlene van Niekerk over ‘de etende Afrikaner’, van Stephanus Muller over het Zuid-Afrikaanse volkslied De Stem en van Gerrit Olivier over ‘de lokasie’, bevat dit Gids-nummer literaire bijdragen van Wilma Stockenström, Gert Vlok Nel, Charl-Pierre Naudé en Antjie Krog en illustraties van de cartoonist Anton Kannemeyer, in Zuid-Afrika beter bekend als Joe Dog.

De foto op de voorkant van deze Gids, met als bijschrift ”strand, 11 sep 1955″, is afkomstig uit het album van Ena Jansen: twee blanke kindertjes aan de hand van een zwarte vrouw – “ieder aan een hand van Meisie op het strand. Onze speelkameraad en behoeder. Ze heeft witte schoenen en witte sokken aan. Wij ook.” In een persoonlijk-wetenschappelijk relaas doet Jansen vervolgens verslag van haar zoektocht naar de sporen van de zwarte meisies in haar eigen familiearchief en in de Zuid-Afrikaanse literatuur, en zij concludeert:

Ondanks constante aanwezigheid decennialang is de bediende bijna onzichtbaar en onhoorbaar. (…) Ik zou alle Zuid-Afrikaanse romans willen lezen op zoek naar vrouwen met kapjes en hoofddoeken die in het hart van de keukens hebben gestaan, die zo erg veel voor ons hebben gedaan, die door de gangen draafden, en die anders door de achterdeur uit onze herinnering zullen verdwijnen.

De Gids, nr. 11/12, jaargang 171 (2008) staat vanaf nu in de tijdschriftenkast van de letterenbibliotheek (locatie P.C. Hoofthuis). Meer Afrikaanse taal- en letterkunde is beschikbaar onder plaatsnummer 279: ZAF. De laatst-verschenen bundel van Elisabeth Eybers Klinkklaar (met luister-cd) vind je in de aanwinstenkast van de letterenbibliotheek (P.C. Hoofthuis).

Blog Stats

  • 49,239 hits

Vakreferent op Twitter

RSS Twitter / BibliotheekUvA

Archief

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.