You are currently browsing the tag archive for the ‘Bijzondere Collecties’ tag.
“Een schrijver krijgt de bibliograaf die hij verdient. Sommige schrijvers vinden er nooit een, anderen hebben er een sinds hun drieëntwintigste, zoals Arnon Grunberg”, vermeldt de achterflap van de Bibliografie van het werk van Arnon Grunberg tot 2008 door Grunberg-bibliograaf en bewonderaar Jos Wuijts. Eerder al stelde hij een Serieuze Poging tot een Volledige Bibliografie van de Zelfstandige en Verspreide Geschriften van Arnon Grunberg samen, dat verscheen in de Boekenweek van 1998. Ondertussen verwierf Wuijts ook het archief van Grunberg dat nu, tijdens de huidige Boekenweek, in bruikleen wordt overgedragen aan de Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam en ondergebracht bij de Stichting Archief Arnon Grunberg.
De Grunberg-collectie, het eerste ‘levende’ literaire archief binnen de Bijzondere Collecties, bevat typoscripten, correspondentie, agenda’s, notitieboekjes, video’s, documentatie- en promotiemateriaal. Een deel ervan wordt in de loop van 2011 voor studenten en onderzoekers beschikbaar gesteld.
De bibliografieën van Jos Wuijts zijn nu alvast te raadplegen in de P.C. Hoofthuisbibliotheek, collectie Nederlandse letterkunde, plaatsnummer NED LET “19″ GRU WUIJ. Binnenkort worden Wuijts’ publicaties nog aangevuld met de nieuwe, halfjaarlijkse BAG-service van uitgeverij Ekstreem, die tevens het tijdschrift Blauwe Maandagen publiceert (BAG staat voor Bibliografie Arnon Grunberg). Van Blauwe Maandagen wordt in de bibliotheek P.C. Hoofthuis binnen enkele weken het tweede nummer verwacht.
Extra: boekensalon
Aanstaande donderdag, 24 maart, om 17 uur, is in de Bijzondere Collecties van de UvA, aan de Oude Turfmarkt 129, een Boekensalon gewijd aan het archief van Grunberg en het belang van schrijversarchieven voor de toekomst. Sprekers zijn:
- Vic van de Reijt (uitgever Nijgh & van Ditmar)
- Jos Wuijts (bibliograaf Grunberg)
- Els Kloek (historica en projectleider Biografisch Portaal van Nederland)
- Hans Renders (bijzonder hoogleraar Geschiedenis en Theorie van de Biografie en directeur Biografie Instituut)
De toegang tot deze Boekensalon is gratis, maar aanmelding wordt op prijs gesteld via: receptie-otm@uva.nl of 020–5257300.
Bij de Bijzondere Collecties van de UbA is nog tot en met aanstaande zondag een kleine tentoonstelling te zien ter ere van de honderdvijftigste geboortedag van Frederik van Eeden (1860-1932), een van de voormannen van de Beweging van Tachtig, mede-oprichter van De Nieuwe Gids (1885-1894) en auteur van het beroemde sprookje De kleine Johannes (1887), de psychologische roman Van de koele meren des doods (1900), dichtbundels als Het lied van schijn en wezen (1895-1922) en tal van andere literaire en autobiografische werken. De meeste van deze publicaties en ook de belangrijkste studies over Van Eeden zijn bewaard gebleven in de verzameling van het Frederik van Eeden-Genootschap die door de Bijzondere Collecties wordt beheerd. De tentoonstelling bestaat uit een keuze uit deze verzameling. Klik hier voor meer informatie en openingstijden.
Pas verscheen ook het jubileumnummer van het Jaarboek van het Frederik van Eeden-Genootschap, met bijdragen over Van Eeden als Tachtiger, schrijver, psychiater, droomdeskundige, wereldverbeteraar, politicus, mentor, als jongeling en oude man, als minnaar en vader. Centrale vragen in de stukken zijn: ‘In hoeverre zijn al deze aspecten van Van Eeden nu nog van belang? Kent men hem eigenlijk nog en zo ja, in welke hoedanigheid dan vooral?’. Nieuwsgierig? Lees dan het nummer, getiteld 150 jaar Frederik van Eeden, in de bibliotheek P.C. Hoofthuis (plaatsnummer: 113: NED Tijdschrift). N.B. Een speciale website van één van de leden van het Genootschap belicht nog eens de veelzijdigheid van Van Eeden en geeft bovendien een agenda van evenementen rond zijn 150ste geboortejaar.
De meest recente wetenschappelijke publicatie over Frederik van Eeden is afkomstig van Leonieke Vermeer die op 21 januari 2010 in Groningen promoveerde op het proefschrift Geestelijke lenigheid. De relatie tussen literatuur en natuurwetenschap in het werk van Frederik van Eeden en Felix Ortt, 1880-1930. Vermeer laat zien wat er gebeurt met begrippen als ‘evolutie’, ‘energie’, ‘entropie’ en ‘de vierde dimensie’ wanneer deze hun wetenschappelijke context verlaten en in romans, gedichten of filosofische beschouwingen terechtkomen, met speciale focus op het werk van Van Eeden en Ortt (1866-1959). Het proefschrift is in zijn geheel voor iedereen digitaal toegankelijk via deze link.
Extra: dossier Frederik van Eeden (1860-1932) door de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag
Gisteren opende bij de Bijzondere Collecties van de Universiteitsbibliotheek van Amsterdam de nu al spraakmakende tentoonstelling “Het is geen roman, ‘t is een aanklacht! 150 jaar Max Havelaar”. Met als hoogtepunten het originele handschrift van het jarige boek – inclusief rode correcties van uitgever Jacob van Lennep - en de digitale versie die door bezoekers zelf kan worden doorgebladerd. Daarnaast andere unieke documenten, foto’s en brieven, waaronder de brief van Multatuli aan zijn vrouw Tine – “Lieve hart, mijn boek is af, mijn boek is af! Hoe vind je dat? (…) Het zal als een donderslag in het land vallen dat beloof ik je.” De papieren stukken worden afgewisseld met levensgrote kostuumpoppen en silhouetten die de belangrijkste personages uit Max Havelaar verbeelden en markante voorwerpen uit Multatuli’s ‘Nederlands-Indië’, curiosa uit Java en, natuurlijk, de buffel van Saïdjah. Aparte ruimtes zijn ingericht voor Max Havelaar als fair trade-keurmerk en voor de Max Havelaar Academie, waar vijf UvA-studenten de actuele politieke en maatschappelijke betekenis van Multatuli’s roman onderzoeken.
‘Het is geen roman, ‘t is een aanklacht!’ is gemaakt in samenwerking met het Multatuli Genootschap, duurt nog tot en met 16 mei 2010 en gaat vergezeld van filmvoorstellingen in het Amsterdam’s Filmmuseum, lezingen en een educatief programma voor middelbare scholieren. Voor een overzicht van activiteiten, openingstijden, extra informatie en links, klik hier.
N.B. Tegelijk met de opening van de tentoonstelling werd ook het eerste exemplaar gepresenteerd van de “hertaling” van Max Havelaar door NRC-redacteur Gijsbert van Es, geschreven voor een groter, vooral jonger publiek ”in soepel en modern Nederlands, met respect voor Multatuli’s taal uit de 19-de eeuw.” Voor achtergronden bij en reacties op deze “hertaling” lees o.a.: ‘Max Havelaar’ hertaald en bewerkt (Gijsbert van Es in NRC Handelsblad), ‘Multatuli is niet stuk te bewerken’ (Carel Peeters in Vrij Nederland), ‘Max Havelaar’ gekortwiekt en bewerkt voor jubileumeditie (Arjan Peters in de Volkskrant), ‘Multatuli light: goed, goed, allemaal goed’ (Elsbeth Etty in NRC Handelsblad) en de berichten op www.multatuli.nu.
Deze herfst is het 150 jaar geleden dat Multatuli (1820-1887) de roman schreef die door de Indonesische auteur Pramoedya Ananta Toer (1925-2006) werd uitgeroepen tot “The book that killed colonialism”: Max Havelaar of de koffij-veilingen der Nederlandsche Handelmaatschappij (1860). Met de roman ging Multatuli de strijd aan tegen de koloniale uitbuiting in Nederlands-Indië - “dertig millioen onderdanen worden mishandeld en uitgezogen in UW naam”. Na 150 jaar is deze problematiek nog steeds actueel en de Max Havelaar springlevend. Als politiek pamflet, als historisch ijkpunt, als literair en retorisch meesterwerk. En daarom ook wordt bij deze 150ste verjaardag op allerlei manieren stilgestaan: door de Koninklijke Bibliotheek met een nieuw dossier over het boek en de schrijver, door Google met een speciaal-ontworpen logo (dat door auteur Afred Birney op diens weblog kritisch onder de loep wordt genomen), door NRC Handelsblad met een groot artikel over de actualiteit van Max Havelaar (“Max Havelaar was de Submission van 1859″) en, tenslotte, door de Bijzondere Collecties van onze Universiteitsbibliotheek met de tentoonstelling ’150 jaar Max Havelaar‘ (van 2 februari tot 25 mei 2010 aan de Oude Turfmarkt). Onderdeel van de tentoonstelling is de tijdelijk opgerichte ’Max Havelaar Academie’ met een serie publiekslezingen/ masterclasses én het ’Erfgoedlab Max 2.0′ dat 5 studenten uit 5 verschillende disciplines een stage aanbiedt met als opdracht: “Verplaats de thema’s van de Max Havelaar naar de 21ste eeuw in (media)producties die – zowel voor wat betreft inhoud als vorm – een zelfde effect beogen te hebben als de Max Havelaar heeft gehad.” De stageplekken staan open voor HBO- en WO-studenten van uiteenlopende studierichtingen - Nederlandse taal en cultuur, geschiedenis, journalistiek, mediastudies, beeldende kunst, politicologie, economie, maar ook milieuwetenschappen (‘Max Havelaar als Fair trade-merk’). Informatie over het ’Erfgoedlab Max 2.0′, de 5 stageplekken en sollicitatieprocedure is te vinden op www.maxhavelaaracademie.nl. Solliciteren kan tot en met 3 november per e-mail aan: info@maxhavelaaracademie.nl.
Zie ook: de complete tekst van de Max Havelaar in de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren en de website van het Multatuli Museum met interessante Multatuli-links.
Op dinsdag 23 september vindt bij de Bijzondere Collecties van de UbA een studiebijeenkomst plaats over de schrijver Jacob Israël de Haan (1881-1924). Diezelfde middag wordt ook de “De Haan Stichting” opgericht. Belangstellenden zijn van harte welkom, van 16 tot en met 19 uur, in het Museumcafé van de Bijzondere Collecties, Oude Turfmarkt 129.
Jacob Israël de Haan was romanschrijver, dichter, journalist en jurist. Tevens was hij de broer van Carolina Lea de Haan, ofwel de schrijfster Carry van Bruggen (1881-1932).
Hij stond bekend als een begaafde, maar ook excentrieke en grillige figuur die, zowel tijdens als na zijn leven, tot de verbeelding van velen sprak. Hij schreef homo-erotische romans, waaronder het beroemde Pijpelijntjes (1904), om vervolgens zijn toevlucht te zoeken in een huwelijk, op 28 maart 1907, met Johanna Belia Cornelia Jacoba van Maarseveen, gemeentearts te Amsterdam.
Van vrome Jood werd De Haan socialist en van vurig zionist ontwikkelde hij zich tot een zó onverbiddelijk criticus van het Joods Nationaal Tehuis dat zionisten hem als volksverrader beschouwden en op 30 juni 1924 in Jeruzalem vermoordden. Deze noodlottige gebeurtenis uit 1924 wordt beschreven in de roman De Vriendt kehrt heim (1932) van de Duitse schrijver Arnold Zweig (1887-1968).
De Haan’s grilligheid leeft voort in zijn nagedachtenis. Terwijl hij terecht wordt beschouwd als een vroege voorvechter van homoseksualiteit (de hartenkreet “naar vriendschap zulk een mateloos verlangen” op het Amsterdamse homomonument is van zijn hand), wordt hij door de strengste joodse orthodoxie als een heilige vereerd (nog maar enkele jaren geleden werd bij een wegblokkade in Tel Aviv zijn naam aangeroepen, ter heiliging van de Sabbath).
In 1952 werd al eens een “De Haangenootschap” opgericht, met coryfeeën als Garmt Stuiveling, Wim J. Simons, Jaap Meijer, Jac. van Hattum, Johan Polak en Sonja Witstein. Maar dit genootschap stierf een stille dood. Die zal door de nieuwe “De Haan Stichting”, onder het bestuur van UvA-hoogleraar moderne Nederlandse Letterkunde Marita Mathijsen, rechtshistoricus Sjoerd Faber, conservator van de (UbA) Bibliotheca Rosenthaliana Emile Schrijver, Jan de Jong en Gert Hekma, tot nieuw leven worden gewekt. Doel is het leven en de werken van Jacob Israël de Haan opnieuw onder de aandacht te brengen en houden, en de grote culturele en historische betekenis ervan te belichten.
Programma 23 september:
16.00 uur
Opening en welkom door Marita Mathijsen: “Jacob Israël de Haan tussen Tachtigers en Negentigers”
Evelien Gans: “Jakob Meijers worsteling met Jacob Israël de Haan: een duistere haat-liefde verhouding”
Gert Hekma: “Hoe homoseksueel is De Haan?”
Johan Goossens: “Sam en Joop of de kuise uranist”
17.10 uur Pauze
17.30 uur Vervolg programma
Sjoerd Faber: “De Haan als rechtskundige”
Ludy Giebels: “Verdwaald in Palestina”
Discussie
18.15 uur Borrel
Waar: Museumcafé, Bijzondere Collecties, Oude Turfmarkt 129.
Meer informatie: ludygiebels@xs4all.nl of: g.hekma@uva.nl


Recente reacties