You are currently browsing the tag archive for the 'Jan Stroop' tag.
De Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL) heeft afgelopen week alle beeldmateriaal van na 1900 van haar website verwijderd. Aanleiding is de miljoenenclaim van auteursrechtenorganisatie Pictoright namens een aantal bij haar aangesloten fotografen: hun werk zou onrechtmatig in de DBNL-site zijn opgenomen. Hoewel de redactie van de DBNL de claim ontkent en meent dat het gebruik van de foto’s onder het citaatrecht valt, heeft zij uit voorzorg een groot deel van de afbeeldingen van haar site geschrapt. Overigens gaan hoofdredactie en directie ervan uit dat het om een tijdelijke maatregel gaat, verklaren zij in een nieuwsbrief van 1 oktober.
Ondertussen gaat de DBNL onverstoord door met het digitaliseren van teksten, met ook deze maand weer een aantal mooie nieuwe aanwinsten, waaronder de vierdelige romancyclus over Amsterdam, De Jordaan (1912-1924), door Israël Querido, het spraakmakende boek Poldernederlands. Waardoor het ABN verdwijnt van Jan Stroop (1998), achttien jaargangen van het tijdschrift Vaderlandsche Letteroefeningen (1776-1822) en de gedichtenbundel van de Nederlandse planter Paul François Roos, Surinaamsche mengelpoëzy (1804), “een belangrijk boek binnen de planterspoëzie die Suriname heeft voortgebracht”, aldus UvA-hoogleraar Michiel van Kempen op Caraïbisch Uitzicht, de blogspot van de Werkgroep Caraïbische Letteren.
Extra: “DBNL verwijdert beelden van na 1900 van zijn website” (NRC Handelsblad), “De DBNL verwijdert beeld van na 1900″ (InformatieProfessional).
Op 13 februari 2009 verdedigde UvA-taalkundige Irene Jacobi (1975) haar proefschrift On Variation and Change in Diphtongs and long Vowels of spoken Dutch. Het gaat over het Poldernederlands, waarbij de ABN-tweeklanken /ei/, /ui/ en /ou/ met een meer open mond worden uitgesproken en klinken als /aai/, /ou/ en /aau/ (bekend voorbeeld is ‘Blijf bij mij’, gezongen door Ruth Jacott als ‘Blaaif baai maai’). Dit nieuwe Nederlands werd begin jaren negentig van de vorige eeuw gesignaleerd door sociolinguïst Jan Stroop, die het vernoemde naar het Poldermodel en suggereerde dat vooral zelfbewuste, jonge, intellectuele vrouwen Poldernederlands spraken. In haar dissertatie neemt Jacobi deze hypothese onder de loep. Daartoe onderzocht zij een groep van 35 mannen en 35 vrouwen tussen de 35 en 55 jaar met uiteenlopende sociaal-economische achtergrond, van wie spraakfragmenten zijn opgenomen in het Corpus Gesproken Nederlands (een databank met 900 uur aan radio-interviews, discussies en privéconversaties, opgenomen rond het jaar 2000). Belangrijkste resultaat: Jacobi vond geen uitspraakverschillen tussen mannen en vrouwen en concludeerde derhalve, in tegenspraak met Stroop, dat het Poldernederlands niet seksegebonden is. Wel blijkt het fenomeen te zijn gerelateerd aan sociaal-economische factoren, opleiding en leeftijd. Nieuwsgierig? Lees het hele proefschrift van Irene Jacobi in UvA Dissertations Online (onderdeel van UvA-DARE) via deze link.
Zie ook: Website Poldernederlands (UvA), “Poldernederlands. De taal van de elite?” (Mathilde Jansen, Kennislink.nl, 5 maart 2009), “Poldernederlands: proef op de som” (artikel door Loulou Edelman, verschenen in Onze Taal, juni 2003, opgenomen in Kennislink.nl), Meer artikelen over Poldernederlands op Kennislink.nl.

Recente reacties